ICT in het onderwijs: wat werkt en wat niet?

Vrijwel voortdurend verschijnen er onderzoeken, gebundelde praktijkervaringen en individuele pleidooien over het gebruik van ICT in het onderwijs. Met vaak heel verschillende conclusies over wat werkt en wat niet. Op zich is daar niets mis mee, want innoveren voelt al gauw wat onwennig. Maar helaas gaat de nuance door de vermeende tegenstellingen in veel gevallen verloren.

Onderzoekbureau Gartner heeft in 2006 een systematiek bedacht met de naam Technology hype cycle. Afhankelijk van de fase waarin een technologie zit, komen ook de bijpassende sentimenten boven. Mooie voorbeelden hiervan zijn de fasen die vrij vertaald benoemd kunnen worden als de verwachtingspiek en het desillusiedal.

Eén ding is echter opvallend als het gaat om de huidige discussie over ICT-gebruik in het onderwijs. Het gaat in veel gevallen niet om een technologie, maar om informatie- en communicatietechnologie in het algemeen. Alsof de conclusie voor alle gebruikte digitale hulpmiddelen, hardware en software hetzelfde zou zijn. Dat is in geen enkele sector het geval, laat staan in een onderwijswereld waarin veel verschillende doelen en doelgroepen bediend moeten worden.

Kortom, het is tijd om de materie eens op een andere manier te benaderen. Niet vanuit het voor of tegen zijn, maar vanuit de doelstellingen die we ermee willen bereiken. Daarbij is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen pedagogische, didactische en organisatorische doelen. Wat mij betreft leidt dit tot andere standpunten en conclusies.

In alle Leerstroomprojecten speelt de toegevoegde waarde van ICT een belangrijke rol. Alle pilots hebben namelijk tot doel om het leren effectiever te maken door de inzet van digitale hulpmiddelen. Reden genoeg dus om met elkaar scherp te blijven kijken naar de manier waarop die meerwaarde vorm kan krijgen. De onderstaande discussiefilm kan hieraan wellicht een bijdrage leveren.



Jos Cöp